Column: Vroeger Datum October 12, 2018

Afgelopen vrijdag had ik de eer om een voorleeslunch te verzorgen voor ouderen in de Fontein. Dit alles in het kader van de Nationale voorleeslunch voor ouderen. In heel Nederland werden op vrijdag 5 oktober door bekende en onbekende Nederlanders verhalen voorgelezen. 

Ik kom binnen en zie de zaal vol met keuvelende mensen achter een kop koffie. Ik gok al gauw een stuk of 35 mensen. Meer mannen dan vrouwen. Zelf ook maar een kop koffie genomen en praat wat met de organisatie. ‘Bijna half twaalf, zullen we maar beginnen?” vraagt Wilma, één van de organisatoren van Raster. Ik knik instemmend en na een kort welkomstwoord van haar krijg ik het woord. 

Yvonne Keuls heeft speciaal voor de gelegenheid het verhaal ‘Straatje ‘ geschreven, een oudere dame en iets oudere heer ontmoeten elkaar in de wachtkamer van het ziekenhuis. Al snel ze ontdekken een overeenkomst, beiden hebben in dezelfde buurt gewoond.  “Maar dat verhaal ga ik straks voorlezen. Eerst wil ik graag weten wat voor jullie een bekende straat is in Deventer. Een straat met een verhaal.”

Aanvankelijk voorzichtig en eigenlijk al heel snel er na kwamen van links en rechts de namen door: “de lange B.” zei een mevrouw met zilverkleurig, en paarse gloed, haar. “Keizerstraat”, “Nieuwstraat”, “Colmschaterweg”, “de Brink”, klonk het door elkaar heen.   Even later “de Vetkampstroate”, riep een van de mannelijke bezoekers in onvervalst Deventer dialect. Bleek zijn leven lang al supporter te zijn van Kowet. Vroeger ook te vinden in het stadion, tegenwoordig volgt hij zijn cluppie vooral in de krant. “Oh daar ben ik ook een keer geweest met mijn man”, klonk het enthousiast uit de mond van een statige mevrouw in een beige mantelpak. Keurig gekleed, mooi opgemaakt en sierlijke oorbellen in. Ze vertelde dat ze jaren geleden met haar man naar het stadion was geweest. De tegenstander wist ze zich niet meer goed te herinneren maar ze hield het op Sparta uit Rotterdam. Na ongeveer een half uur spelen werd er gescoord en ze begon luidkeels te juichen. Toen kreeg ze een por in d’r zij: ‘Hol oe toch stille!! De tegenstander heeft gescoórd”, siste haar man. Na deze openbaring was het natuurlijk lachen, gieren , brullen.

En toen kwamen de verhalen van vroeger, over de groenteboer met paard en wagen. De radio op distributie en luisteren naar de bonte dinsdagavondtrein of een mooi hoorspel. Uit de verhalen bleek dat Deventer vroeger niet voor niets het Moskou aan de IJssel werd genoemd. Een mevrouw, ik schatte haar een jaar of 78, kleine pretoogjes vertelde dat voor haar de dag begon met ‘Morgenrood’. En een meneer vertelde dat hij vroeger nooit de Avro mocht opzetten, “ Alleen de omroep met de haan”, zei hij lachend.

Het werd een hele vermakelijke ochtend met mooie verhalen die eigenlijk verteld moeten worden door de mensen zelf die daar zaten. Bijvoorbeeld op scholen of verzameld in een boekje. Zoals de anekdote van de mevrouw die, in Amsterdam geboren, nog feilloos de tekst van het liedje van de Berlinerbollen kende. Dat liedje werd destijds gezongen door een venter die met zijn bollen langs de straten ging. Of die mevrouw die ons herinnerde aan de tijd dat het Bergkwartier niet zo was als nu maar behoorlijk verpauperd. “Dankzij Duimel is dat mooi opgeknapt”, riep ze strijdvaardig.

Natuurlijk heb ik het verhaal die ochtend verteld. En er werd ademloos geluisterd. Maar de mooiste verhalen hoorde ik van de mensen zelf. Mooie, ontroerende en hartverwarmende herinneringen van vroeger. Toen alles nog zo overzichtelijk was.

Rob de Jong.
Deventer