Column: Over lampjes, licht en stralen Datum December 12, 2019

Het jaar dooft langzaam uit en dat terwijl de lichtjes op straat en in de huizen steeds uitbundiger branden. De herfstkleuren hebben plaatsgemaakt voor kale takken waarin de wind vrij spel heeft. De kraag staat omhoog, de winter deelt speldenprikken uit. Uit de huizen de geur van toen. Want dat is in de winter nauwelijks veranderd. Stamppot boerenkool of hutspot. Als je op weg naar huis bent of onderweg dan krijg je extra trek. Heerlijk. 

Deventer is omgetoverd in een lichtjesstad met sierlijke figuren en objecten. De Keizerstraat oogt nog statiger en het Bergkwartier als vanouds een sprookje. Ik loop in mijn vrije uurtjes nog weleens rond door onze mooie stad en elke keer zie je weer wat anders. Meestal draag ik de camera wel bij me. Want het vastleggen van Deventer op de gevoelige digitale plaat is geen straf. Wat een schitterende fotogenieke stad. Deventer kent evenzoveel fotografen als dat er mooie plekken zijn. Dat zegt genoeg.



Ik kan rustig zeggen dat ik mijn hart heb verpand aan deze oude Hanzestad, aan de IJssel, de uiterwaarden. En natuurlijk niet te vergeten de club die ik altijd trouw zal blijven Go Ahead Eagles. Wat een mooie club en wat een mooie mensen die al heel lang  betrokken zijn bij de club en het vrijwilligerswerk dat ze daar doen. Elke thuiswedstrijd is het een soort thuiskomen als je voorbij de poorten gaat van ‘the home of football’. Een treffende naam bedacht door de toenmalig perschef Richard Thannhauser, die helaas in het voorjaar kwam te overlijden. Stewards zijn druk in de weer om alles in goede banen te leiden. De vrijwilligers van het sfeerteam zijn ook al vroeg in het stadion om  de nodige voorbereidingen te treffen. Dat geldt ook voor de verkooppunten en op al die plekken waar vrijwilligers nodig zijn.

Ik ga altijd naar het stadion met Albert en Jan. Twee gemeenteambtenaren met verstand van voetbal. Aan de één, Albert, is een grensrechter op eredivisieniveau verloren gegaan. Hij ziet alles, zelfs van grote hoogte waar wij zitten in de radiokamer. Soms voorspelt hij de wedstrijd al na 15 minuten. Hij trekt dan met zijn rechtervinger het velletje onder zijn linkeroog iets naar beneden, zijn hoofd iets schuin en over de bril heen kijkend zegt hij dan: “Typische nul nul wedstrijd.” En als het laatste fluitsignaal heeft geklonken: “Ik zei het je wel.” Hij is de man de man het scorebord.

De ander is Jan. De man die de informatie doorbelt en de wedstrijd ‘aan de overkant’ volgt met zijn verrekijker. Jan beleeft de wedstrijd intens. De tafel waar de laptop en andere apparatuur op staat moeten het vaak ontgelden. Soms komt zo’n klap op de tafel zo onverwacht dat we ons rot schrikken. Dan heeft hij weer iets gezien wat ons compleet is ontgaan. Maar dan moet het wel een spannende wedstrijd zijn. Is de wedstrijd niet spannend dan hebben Jan en Albert iets gemeenschappelijks, hun werk. Inmiddels ben ik al aardig ingevoerd in reorganisaties, vitaliteitsregelingen en de smaak van de koffie aldaar.

Verder schuift er nog een vrijwilliger aan. Thierry. Als zo rond 19.00 uur de muziek in het stadion klinkt dan komt hij de lange trap omhoog richting radiokamer. Hij is gek op Nederlandstalig, vooral Jannes, en zingt elk nummer feilloos mee. Hij zingt niet onverdienstelijk. We hebben al eens overwogen om hem op te geven bij ‘The voice of Holland’. Thierry zit voor ons op de hoofdtribune en geeft de wissels en de doelpunten door via portofoon. De thuiswedstrijden voor dit jaar zijn gespeeld. De winterstop is aanstaande.  De lichten in de Adelaarshorst branden dit jaar niet meer voor een thuiswedstrijd.



Tijd voor kerstmis en oliebollen. En om in de sfeer te komen moet je ’s avonds eens een rondje Deventer doen. Daar branden de lampjes nog volop. Naast de Waag pronkt een prachtige kerstboom. Nu nog een beetje sneeuw en het plaatje is compleet. Laat de langste nacht maar komen. Op naar de langste dag. Het is altijd anders. Wat blijft is de Deventer schoonheid en de toewijding van al die onbaatzuchtige Deventenaren. Zij laten Deventer stralen. Over licht gesproken. 

Rob de Jong